Logo Brabantse Delta
 

Anno 1843: Statistiek Tableau, Polder nº. 5-6

Afwatering via de haven van Hinkelenoord en het Verdronken land van Zuid-Beveland op de Oosterschelde
Info Jan van den Noort 010-4366014
Statistiek Tableau nº. 5-6

Bronnen:
Grote Historische Atlas van Nederland 1:50.000, deel 4: Zuid-Nederland 1838-1857 (Groningen 1990
A. de Geus en E.C.B. van Rappard, Statistiek Tableau der Polders in Noord-Braband ('s-Hertogenbosch 1843)

5. De Zuidpolder van Woensdrecht gemeen met Oud-Hinkelenoord
in gemeente Woensdrecht (357,6699 bunder) in Ossendrecht (5,261 bunder)
• Zomerpeil: -0,05 • Dijkhoogte: 5,60 tot 5,80 • dijklengte: 1570 • Tijd van bedijking: 1651
• Middelen van uitwatering: Van 1811 tot 1824 werd deze Polder bemalen door den molen van den Noordpolder van Ossendrecht; doch de uitwatering door eene in den buitendijk op den noord-westelijken hoek van Oud-Hinkelenoord, nieuw gelegde steenen sluis, wijd 1.70 en voorzien met eene drijfdeur en schuif, in laatstgemeld jaar verplaatst zijnde, zoo heeft de suatie sints dien tijd verder zonder hulp van den watermolen plaats; de binnensluis of wachter is wijd 1.26 en hoog 1.72, mede voorzien van eene deur en schuif.
• Waarop uitwaterende: Van 1813 tot 1821 in den Noordpolder van Ossendrecht, vervolgens door uitmaling op de haven van Ossendrecht, en verder op de Wester-Schelde; doch na 1821 door de steenen sluis in het buitengat van Prins-Karelspolder, en verder over het verdronken Zuid-Bevenland in de Oosterschelde.
• Soort van grond: Tamelijk zware kleigrond en laag weiland
• Bestuur: Dijkgraaf (1) Gezworen (2) Penningmeester (1)
• Aanmerkingen: De schotbare grootte des Polders beloopt 332 Bunders, 57 Roeden, 89 Ellen.
Deze Polder is, ingevolge contract van 1820, bij continuatie belast met eene bijdrage van f 100- » s jaars, in de onderhoudskosten van den watermolen in den Noordpolder van Ossendrecht, tegen het genot van het regt van in- en doorwatering; ofschoon de ontlasting sedert 1821, door eene toen gelegde sluis, op zich zelven en buiten bezwaar van gemelden Noordpolder plaats heeft.
Volgens overeenkomst, gesloten in 1821, worden de onderhoudskosten van het gedeelte der buitenkil, begrepen tusschen het punt van vereeniging met de kil van Prins-Karelspolder en de Schelde, voor 2/5 door dezen en voor 1/5 door Prins-Karelspolder gedragen.
In deze Polder bevindt zich, even als in de Polders nș. 2 en 3, eene voldoende spuikom, tot diephouding van de uitwaterings-kil, buitendijks.
terug naar de kaart anno 1995

6. Prins-Karelspolder
in gemeente Woensdrecht (204,4735 bunder)
• Zomerpeil: 0,60 • Dijkhoogte: 5,40 tot 5,80 • dijklengte: 2420 • Tijd van bedijking: 1728
• Middelen van uitwatering: Eene steenen sluis in den zeedijk, wijd 1.70 en hoog 2.01, voorzien van een paar puntdeurtjes en eene schuif. Ten dienste der spuijing, bestaat er binnendijks nog eene houten sluis of wachter, om het water in den spuiboezem te houden.
• Waarop uitwaterende: Door een zeer lang buitengat in de schorren, over het verdronken Zuid-Bevenland in de Ooster-Schelde
• Soort van grond: Het beneden gedeelte meest zware kleigronden, hooger op meer zandig
• Bestuur: Dijkgraaf (1) Gezworen (2) Secretaris (1) Penningmeester (1)
• Aanmerkingen: De schotbare grootte van dezen Polder beloopt 213 Bunders, 79 Roeden, 29 Ellen.
De Polder ontleent zijnen naam van den, tijdens de bedijking, regerenden Keurvorst van den Paltz, Prins Karel. – Tot diephouding van de buiten- of uitwaterings-kil, bestaat hier eenen behoorlijken spuiboezem; op het noordeinde der buitengronden heeft men eenig kramwerk tegen het talud en eenen rijzen vangdam tot bevordering der opslikking.
terug naar de kaart anno 1995

terug naar de kaart anno 1843