Logo Brabantse Delta
 

Anno 1843: Statistiek Tableau, Polder nº. 198-200 en 214-222

Afwatering van de polders tussen de Kerkvaart en de Vrijhoevensche Vaart op de Oude Maas
Info Jan van den Noort 010-4366014
Statistiek Tableau nº. 198-200 en 214-222

Bronnen:
Grote Historische Atlas van Nederland 1:50.000, deel 4: Zuid-Nederland 1838-1857 (Groningen 1990
A. de Geus en E.C.B. van Rappard, Statistiek Tableau der Polders in Noord-Braband ('s-Hertogenbosch 1843)

198. De Bijsters
in gemeente Waspik (76,2777 bunder)
• Zomerpeil: A.P. • Tijd van bedijking: Onbekend.
• Middelen van uitwatering: Een steenen sluisje onder den Oudendijk, bij de herberg de Ploeg, wijd 0.60, voorzien van eene schuif en een drijfdeurtje; voorts op denzelven waterloop een steenen sluisje, aan het boveneinde der haven van Waspik, wijd 0.55, voorzien van een drijfdeurtje.
• Waarop uitwaterende: Op de haven van Waspik en verder op het oude Maasje.
• Soort van grond: Aan de noordzijde lage weilanden, en aan de zuidzijde hooge zandgronden
• Bestuur: Het Gemeentebestuur van Waspik
• Aanmerkingen: Deze Polder ligt binnen den ringdijk, in ne bedijking met de verdere Binnenpolders van de Langstraat.
In den weg genaamd het Kerkpad, even ten zuiden van het Dorp Waspik, is een houten duiker gelegen, waardoor het water van dezen en den Binnen-Bijsterpolder in gemeenschap kan worden gebragt.
Ofschoon het water van dezen Polder, tusschen de herberg de Ploeg en de haven van Waspik, door den Waspikschen Binnenpolder loopt, heeft hetzelve nogtans, door middel van gestelde schuttingen, geene gemeenschap met het water van dien Binnenpolder.
terug naar de kaart anno 1995

199. De Binnen-Bijsters
in gemeente Waspik (161,5871 bunder)
• Zomerpeil: -0,10 • Dijkhoogte: 3,60 • dijklengte: 1250 • Tijd van bedijking: Onbekend, doch in 1827 verhoogd en verzwaard
• Middelen van uitwatering: Eene houten brug in den weg aan de westzijde van Vrouwkensvaart, wijd 1.88, aan de vaartzijde met sponningbalken voor eene schuif voorzien.
• Waarop uitwaterende: Op Vrouwkensvaart, en verder met een gedeelte van het water van 's Grevelduin-Cappel, door de sluis in den zeedijk van Vrouwkensvaart, op het oude Maasje.
• Soort van grond: Aan de noordzijde lage weilanden, en aan de zuidzijde hooge zandgronden
• Bestuur: Het Gemeentebestuur van Waspik
• Aanmerkingen: Deze Polder ligt binnen den ringdijk van de Langstraatsche Binnenpolders.
De sluis in den Zeedijk aan Vrouwkensvaart, is wijd 2.17 en voorzien van een paar puntdeuren.
Deze Polder is aan de noordzijde voor ruim een derde gedeelte uitgeveend.
Aan de westzijde van dezen Polder, op den afstand van circa 200 Ellen beoosten het Kerkpad, vindt men nog de overblijfsels van eene in vroeger tijd gelegde kade, aansluitende tegen het aldaar bestaan hebbende retranchement.
terug naar de kaart anno 1995

200. 's Grevelduin-Cappel
in gemeente Capelle (769,135 bunder) in Waspik (3,7423 bunder)
• Zomerpeil: -0,10 • Dijkhoogte: De zee- of winterdijk 4,10 3,70 • dijklengte: Onder Capelle 3295, onder Waspik 160, zamen 3455 • Tijd van bedijking: Onbekend, doch de zee- of winterdijk in 1827 verhoogd en verzwaard.
• Middelen van uitwatering: Eene steenen sluis op de Nieuwevaart, even ten zuiden van de Capelsche brug, wijd 2.47 en voorzien van eene vloedeur, en eenige uitgeholde boomduikers onder de Hooge Vaartweg; alsmede eene steenen heul in den weg aan de oostzijde van Vrouwkensvaart, wijd 1.70, aan de vaartzijde voorzien van sponningen tot het inbrengen eener schuif.
• Waarop uitwaterende: Op de haven van Capelle en vervolgens in het oude Maasje; alsmede voor een klein gedeelte aan de oostzijde op de Vrijhoevensche vaart, mitsgaders voor een gedeelte aan de westzijde op de Vrouwkensvaart, en vervolgens met het water van de Binnen-Bijsters, door de sluis in den zeedijk aan Vrouwkensvaart, wijd 2.17, en voorzien van een paar vloeddeuren; insgelijks op het oude Maasje.
• Soort van grond: Aan den zuidkant zandgronden, aan de noordzijde klei met veen bezet, waarvan reeds veel is uitgeveend
• Bestuur: Het Gemeentebestuur van Capelle
• Aanmerkingen: Deze Polder ligt binnen den ringdijk van de Langstraatsche Binnenpolders, en is aan de zuidzijde aanmerkelijk hooger dan aan de noordzijde.
De sluis even ten zuiden van de Capelsche brug, wordt door de Gemeente van Capelle onderhouden, doch de dijk door de onderscheiden dijkgeslaagden.
Omstreeks door het midden van dezen Polder, in de strekking van het zuiden naar het noorden, bevindt zich de zoogenaamde Nieuwevaart, welke zich, door nevensgemelde sluis ten zuiden van de Capelsche brug, in de haven van Capelle ontlast, na het grootste gedeelte van het water des Polders te hebben opgenomen, te weten: van het westelijk gedeelte door eene houten brug op den watergang de Kwekel, wijd 1.10, en voorzien van sponningen voor eene schuif; en van het oostelijk gedeelte door twee steenen heulen, gelegen op de zoogenaamde Watergang en op de Krukvaart, respectievelijk wijd 1.77 en 1.80, beide voorzien van sponningen voor schuiven. – Deze keeringen dienen alleen, om het in de Nieuwevaart, des verkiezend, ingelaten vloedwater al of niet aan den Polder mede te deelen.
Het overige polderwater ontlast zich deels op de Hoogevaart en deels op Vrouwkensvaart, gelijk hier nevens onder de middelen van uitwatering is opgegeven.
Behalve door nevensgemelde sluis op de Nieuwevaart, wordt het water, bij hooge werking van den Baardwijkschen Overlaat, gekeerd door een regel schotbalken, welke alsdan aan de buitenzijde van de Capelsche brug, in daartoe aanwezige sponningen, worden ingebragt.
De houten dekplaat, op het buitenfront van gemelde brug, ligt 4,71 + A.P.
De stormvloed van 4 Februarij 1825, heeft te Capelle de hoogte bereikt van 3.142 + A.P., en het water van den Baardwijkschen Overlaat, in November 1824, die van 2.58 + A.P.
De overige landen dezer Gemeente, ten zuiden van den onderhavigen Polder gelegen, als: de lage Zandschel, de Eendennest, de hooge Zandschel en de Heijden, groot te zamen 162 Bunders, 63 Roeden, 37 Ellen, hebben gezamenlijk met eenige gronden van de Gemeente Loon-op-Zand en Waspik, hunne uitwatering op de rivier de Donge.
terug naar de kaart anno 1995

214. De oostersche Buitendellen
in gemeente Capelle (88,1811 bunder met de kaden)
• Zomerpeil: 0,05 • Dijkhoogte: 2,00 2,20 • dijklengte: Zoo aan de west als oostzijde zamen 710. • Tijd van bedijking: Onbekend.
• Middelen van uitwatering: Een houten duiker in de kade tegen de Capelsche vaart, ten zuiden van de oude Straat, wijd 0.75, voorzien met eene drijfdeur.
• Waarop uitwaterende: Op de Capelsche vaart of haven, en vervolgens op het oude Maasje.
• Soort van grond: Kleigrond, overal met moer bezet.
• Bestuur: Het Gemeentebestuur van Capelle
• Aanmerkingen: Deze Polder is gedeeltelijk onder Nederveen-Cappel en overigens onder Zuidewijn-Cappel gelegen, – door denzelven strekt zich, van het noorden naar het zuiden, de in 1797 geslechte Haagoortsche Sasdijk.
Omtrent helling des Polders, zie men de aanmerking achter n. 212 hiervoor [Aan de noordzijde van dezen Polder zijn de landen aanmerkelijk hoger dan aan de zuidzijde. Men merke hier in het algemeen aan, dat de Polders langs de zuidzijde van het oude Maasje gelegen, van n. 208 tot n. 225, allen, de een meer de ander minder, van het noorden naar het zuiden afhellend gelegen zijn, zoo dat sommige aan de zijde van het oude Maasje meer dan zestig duimen hooger dan aan de zijde van den winterdijk bevonden worden; hebbende in de Polders n. 206 en 207 [resp. Buitenpolder van Baardwijk en Buitenpolder van Waalwijk] het omgekeerde plaats].
terug naar de kaart anno 1995

215. De kleine oude Straat
in gemeente Capelle (308,8583 bunder met de kaden)
• Zomerpeil: 0,15 • Dijkhoogte: 2,00 2,20 • dijklengte: Langs de Vrijhoevensche vaart of Labbegat 1940, langs het oude Maasje 1600, langs de Capelsche haven 1200, zamen 4740 • Tijd van bedijking: Onbekend
• Middelen van uitwatering: Drie houten duikers, als:
1. Een aan de haven van Capelle, ten noorden van de oude Straat, wijd 0.85, voorzien van een drijfdeurtje.
2. Een in de kade tegen het Labbegat, mede ten noorden van de oude Straat, wijd 0.60, voorzien van eene klep.
3. Een in de kade tegen het oude Maasje, even boven den Hagoortschen Sasdijk, wijd 0.36, en voorzien van eene klep.
• Waarop uitwaterende: Door eerstgemelden duiker op de haven van Capelle en vervolgens op het oude Maasje, door de tweede op het Labbegat en verder insgelijks op het oude Maasje, en door de derde directelijk op het oude Maasje.
• Soort van grond: Kleigrond
• Bestuur: Voor het gedeelte onder Zuidewijn-Cappel het bestuur bij n. 210 opgegeven [Het Polderbestuur van Zuidewijn-Cappel, bestaande uit een President, vier Poldermeersters en een Secretaris], en voor het gedeelte onder Nederveen-Cappel het Polderbestuur van Nederveen-Cappel, bestaande uit een Schout, zes Poldermeesters en een Secretaris
• Aanmerkingen: Van dezen Polder zijn aan de westzijde 39 Bunders, 12 Roeden, 23 Ellen, genaamd het Oostvoorland, onder Nederveen-Cappel gelegen; de overige 269 Bunders, 73 Roeden, 60 Ellen behooren onder Zuidewijn-Cappel, waarom dan ook voor zoo verre de rekeningen van de polderlasten afzonderlijk worden gehouden.
Aan het benedeneinde van dezen Polder vindt men, over het oude Maasje, het zoogenaamde Capelsche veer, hetwelk een eigendom van het Dorp Capelle is; ook strekt zich door denzelven de in 1797 geslechten Haagoortschen Sasdijk, aan welks noordelijk uiteinde zich, in het oude Maasje, de rune bevindt van het zoogenaamde Haagoortsche Sas, waar nog een voetveer van Capelle op Meeuwen bestaat.
Behalve de hiernevens genoemde duikers, vindt men in de kade tegen het Labbegat, nog eene duiker wijd 0.20, voorzien van eene klep, strekkende om water in te laten, en behoorende aan een' enkel ingelande.
In de kade ten oosten van den Haagoortschen Sasdijk, aan het oude Maasje, heeft weleer nog een houten sluisje tot uitwatering bestaan, welks herstelling voor het gedeelte van dezen Polder, beoosten boven genoemden Sasdijk, weder wordt verlangd.
In de door de aangelanden onderhouden wordende kade, langs het oude Maasje, beneden meergemelden Sasdijk, bevinden zich nog eenige houten duikers van 0.20 tot 0.25 wijdte, doch welke alleen tot het inzeten van versch water dienen.
De overige kaden van dezen Polder, zoo langs het oude Maasje boven den Sasdijk, als langs het Labbegat, worden van Polders wege onderhouden, terwijl de kade langs de haven voor 1/4 door dezen Polder en voor 3/4 door het Oost- en Westvoorland, of Nederveen-Cappel onderhouden wordt.
Omtrent de helling des Polders, zie men de aanmerking achter n. 212 hiervoor [Aan de noordzijde van dezen Polder zijn de landen aanmerkelijk hoger dan aan de zuidzijde. Men merke hier in het algemeen aan, dat de Polders langs de zuidzijde van het oude Maasje gelegen, van n. 208 tot n. 225, allen, de een meer de ander minder, van het noorden naar het zuiden afhellend gelegen zijn, zoo dat sommige aan de zijde van het oude Maasje meer dan zestig duimen hooger dan aan de zijde van den winterdijk bevonden worden; hebbende in de Polders n. 206 en 207 [resp. Buitenpolder van Baardwijk en Buitenpolder van Waalwijk] het omgekeerde plaats].
terug naar de kaart anno 1995

216. De Waardjes
in gemeente Capelle (11,6272 bunder met de kaden)
• Zomerpeil: 0,40 • Dijkhoogte: 2,00 2,20 • dijklengte: 1200 • Tijd van bedijking: Onbekend
• Middelen van uitwatering: Een houten duiker aan het zuidoosteinde, wijd 0.25 en voorzien van eene klep.
• Waarop uitwaterende: Op de haven van Capelle en vervolgens op het oude Maasje.
• Soort van grond: Kleigrond
• Bestuur: Het Polderbestuur van Nederveen-Cappel, bestaande uit een Schout, zes Poldermeesters en een Secretaris
• Aanmerkingen: Deze Polder is gelegen onder Nederveen-Cappel.
In de kade, welke grotendeels uit eenen hoogen oever bestaat, bevindt zich, aan de zijde van het oude Maasje, nog een houten duiker wijd 0.12, voorzien van eene klep, en strekkende tot het inlaten van versch water.
Omtrent de helling des Polders, zie men de aanmerking achter n. 212 hiervoor [Aan de noordzijde van dezen Polder zijn de landen aanmerkelijk hoger dan aan de zuidzijde. Men merke hier in het algemeen aan, dat de Polders langs de zuidzijde van het oude Maasje gelegen, van n. 208 tot n. 225, allen, de een meer de ander minder, van het noorden naar het zuiden afhellend gelegen zijn, zoo dat sommige aan de zijde van het oude Maasje meer dan zestig duimen hooger dan aan de zijde van den winterdijk bevonden worden; hebbende in de Polders n. 206 en 207 [resp. Buitenpolder van Baardwijk en Buitenpolder van Waalwijk] het omgekeerde plaats].
terug naar de kaart anno 1995

217. Het Westvoorland
in gemeente Capelle (125,182 bunder met de kaden)
• Zomerpeil: 0,10 • Dijkhoogte: 2,00 2,20 • dijklengte: Langs de Capelsche haven en Krommevaart 1750, langs het oude Maasje 365, zamen 2115. • Tijd van bedijking: Onbekend
• Middelen van uitwatering: Een houten duiker wijd 0.90, voorzien van eene drijfdeur en gelegen aan de oostzijde van de oude Straat, in de kade tegen de Capelsche vaart.
• Waarop uitwaterende: Op de Capelsche vaart of haven, en vervolgens op het oude Maasje.
• Soort van grond: Kleigronden, doch aan de zuidzijde met moer bezet.
• Bestuur: Het Polderbestuur van Nederveen-Cappel, bestaande uit een Schout, zes Poldermeesters en een Secretaris.
• Aanmerkingen: De buitenpolder van Klein Waspik, n. 220, is met den onderhavigen in dezelfde bekading begrepen en de uitwatering heeft gecombineerd plaats. De scheiding tusschen beide de Polders, van dewelke eerstgenoemde de naam draagt van Polder boven de Kerk over Vrouwkensvaart, gaat door het midden van een perceel land.
In de kade langs de Krommevaart en het oude Maasje, aan de noordzijde des Polders, bevinden zich nog eenige houten duikers, door particulieren gelegd, ten einde versch water te kunnen inlaten.
De beide bovengenoemde kaden worden door de aangelanden onderhouden; die aan de oostzijde des Polders echter door den Polder zelve.
Omtrent de helling des Polders, zie men de aanmerking achter n. 212 hiervoor [Aan de noordzijde van dezen Polder zijn de landen aanmerkelijk hoger dan aan de zuidzijde. Men merke hier in het algemeen aan, dat de Polders langs de zuidzijde van het oude Maasje gelegen, van n. 208 tot n. 225, allen, de een meer de ander minder, van het noorden naar het zuiden afhellend gelegen zijn, zoo dat sommige aan de zijde van het oude Maasje meer dan zestig duimen hooger dan aan de zijde van den winterdijk bevonden worden; hebbende in de Polders n. 206 en 207 [resp. Buitenpolder van Baardwijk en Buitenpolder van Waalwijk] het omgekeerde plaats].
terug naar de kaart anno 1995

218. De Westersche Buitendellen
in gemeente Capelle (44,8082 bunder met de kaden)
• Zomerpeil: 0,05 • Dijkhoogte: 2,00 2,20 • dijklengte: Langs de haven van Capelle 375. • Tijd van bedijking: Onbekend
• Middelen van uitwatering: Drie houten duikers: Een aan de zuidzijde van de oude Straat, onder de kade van de Capelsche vaart, wijd 0.56, voorzien van eene drijfdeur, en twee dito aan de westzijde des Polders, ten zuiden der oude Straat, wijd 0.20 en ieder voorzien met eene klep.
• Waarop uitwaterende: Door eerstgemelden duiker op de Capelsche haven of vaart en vervolgens op het oude Maasje, en door beide laatsgenoemde duikers op Vrouwkensvaart, en vervolgens mede op het oude Maasje.
• Soort van grond: Kleigronden met moer bezet
• Bestuur: Hetzelfde Betuur als n. 216 hiervoor [Het Polderbestuur van Nederveen-Cappel, bestaande uit een Schout, zes Poldermeesters en een Secretaris]
• Aanmerkingen: Deze Polder is gelegen onder Nederveen-Cappel, en van denzelven wateren slechts drie vier percelen op Vrouwkensvaart uit, en de overige op de haven van Capelle.
Omtrent de helling des Polder, zie men de aanmerking achter n. 212 hiervoor [Aan de noordzijde van dezen Polder zijn de landen aanmerkelijk hoger dan aan de zuidzijde. Men merke hier in het algemeen aan, dat de Polders langs de zuidzijde van het oude Maasje gelegen, van n. 208 tot n. 225, allen, de een meer de ander minder, van het noorden naar het zuiden afhellend gelegen zijn, zoo dat sommige aan de zijde van het oude Maasje meer dan zestig duimen hooger dan aan de zijde van den winterdijk bevonden worden; hebbende in de Polders n. 206 en 207 [resp. Buitenpolder van Baardwijk en Buitenpolder van Waalwijk] het omgekeerde plaats].
terug naar de kaart anno 1995

219. De Buitendellen van Waspik, ten oosten van Vrouwkensvaart
in gemeente Waspik (6,4764 bunder met de kaden)
• Zomerpeil: 0,35 • Dijkhoogte: 1,95 • dijklengte: Langs Vrouwkensvaart 415 • Tijd van bedijking: Onbekend
• Middelen van uitwatering: Twee houten duikers met kleppen, wijd 0.20 en 0.25
• Waarop uitwaterende: Op Vrouwkensvaart en vervolgens op het oude Maasje.
• Soort van grond: Kleigrond.
• Bestuur: De Eigen Gerfden
• Aanmerkingen: Deze Polder heeft weleer met de westersche Buitendellen, onder Capelle, langs de oude Straat gemeenschappelijk op Vrouwkensvaart uitgewaterd, doch zulks is omstreeks 1828 of 1829 veranderd.
Omtrent de helling des Polders, zie men de aanmerking achter n. 212 hiervoor [Aan de noordzijde van dezen Polder zijn de landen aanmerkelijk hoger dan aan de zuidzijde. Men merke hier in het algemeen aan, dat de Polders langs de zuidzijde van het oude Maasje gelegen, van n. 208 tot n. 225, allen, de een meer de ander minder, van het noorden naar het zuiden afhellend gelegen zijn, zoo dat sommige aan de zijde van het oude Maasje meer dan zestig duimen hooger dan aan de zijde van den winterdijk bevonden worden; hebbende in de Polders n. 206 en 207 [resp. Buitenpolder van Baardwijk en Buitenpolder van Waalwijk] het omgekeerde plaats].
terug naar de kaart anno 1995

220. Polder boven de Kerk over Vrouwkensvaart
in gemeente Waspik (85,7261 bunder met de kaden)
• Zomerpeil: 0,10 • Dijkhoogte: 1,90 • dijklengte: Langs het oude Maasje 870, langs Vrouwkensvaart 1360, zamen 2230 • Tijd van bedijking: Onbekend
• Middelen van uitwatering: Twee houten duikers in de oude Straat, wijd 0.30 en 0.40, voorzien met kleppen, en nog eenige duikers in de kade langs het oude Maasje
• Waarop uitwaterende: Door de twee eerstgenoemde duikers op het gat langs de zuidzijde van de oude Straat, en voorts door Vrouwkensvaart op het oude Maasje, en door de andere duikers directelijk op het oude Maasje.
• Soort van grond: Kleigrond.
• Bestuur: Vier Poldermeesters, waarvan een (de Burgemeester van Waspik) President is
• Aanmerkingen: De scheiding tusschen dezen Polder en het Westvoorland van Nederveen-Cappel, Gemeente Capelle, strekt zich over het midden van een perceel lands.
Omtrent de helling van dezen Polder, zie men de aanmerking achter n. 212 hiervoor [Aan de noordzijde van dezen Polder zijn de landen aanmerkelijk hoger dan aan de zuidzijde. Men merke hier in het algemeen aan, dat de Polders langs de zuidzijde van het oude Maasje gelegen, van n. 208 tot n. 225, allen, de een meer de ander minder, van het noorden naar het zuiden afhellend gelegen zijn, zoo dat sommige aan de zijde van het oude Maasje meer dan zestig duimen hooger dan aan de zijde van den winterdijk bevonden worden; hebbende in de Polders n. 206 en 207 [resp. Buitenpolder van Baardwijk en Buitenpolder van Waalwijk] het omgekeerde plaats].
terug naar de kaart anno 1995

221. Buitendellen
in gemeente Waspik (51,6532 bunder met de kaden)
• Zomerpeil: 0,05 • Dijkhoogte: 1,85 1,95 • dijklengte: Langs Vrouwkensvaart 410, langs de Waspiksche of Kerkvaart 360, zamen 770 • Tijd van bedijking: Onbekend
• Middelen van uitwatering: Twee steenen sluisjes, als:
1. Een op Vrouwkensvaart, wijd 0.56, voorzien van eene drijdeur.
2. Een op de Kerkvaart, genaamd het Verlaat, wijd 2.00, voorzien van een paar puntdeuren en eene schuif, door welke sluis ook de Polder boven de Kerk deszelfs uitwatering heeft.
• Waarop uitwaterende: Op Vrouwkensvaart en de Kerkvaart of Waspiksche haven, en vervolgens op het oude Maasje.
• Soort van grond: Kleigrond met veen bezet
• Bestuur: Twee Poldermeesters, waarvan een (de Burgemeester van Waspik) President is
• Aanmerkingen: Deze Polder behoort onder Groot Waspik.
In de kosten van het onderhoud der sluizen en kaden, ook van den Polder boven de Kerk, dragen deze Buitendellen n derde gedeelte.
Omtrent de helling van des Polders, zie men de aanmerking achter n. 212 hiervoor [Aan de noordzijde van dezen Polder zijn de landen aanmerkelijk hoger dan aan de zuidzijde. Men merke hier in het algemeen aan, dat de Polders langs de zuidzijde van het oude Maasje gelegen, van n. 208 tot n. 225, allen, de een meer de ander minder, van het noorden naar het zuiden afhellend gelegen zijn, zoo dat sommige aan de zijde van het oude Maasje meer dan zestig duimen hooger dan aan de zijde van den winterdijk bevonden worden; hebbende in de Polders n. 206 en 207 [resp. Buitenpolder van Baardwijk en Buitenpolder van Waalwijk] het omgekeerde plaats].
terug naar de kaart anno 1995

222. Boven de Kerk
in gemeente Waspik (169,1404 bunder met de kaden)
• Zomerpeil: 0,05 • Dijkhoogte: 1,85 1,95 • dijklengte: Langs Vrouwkensvaart 1400, langs het oude Maasje 940, langs de Waspiksche of Kerkvaart 1450, zamen 3790. • Tijd van bedijking: Onbekend.
• Middelen van uitwatering: De twee hiervoor bij de Buitendellen n. 221 genoemde steenen sluisjes, dienen ook tot uitwatering van dezen Polder [Op Vrouwkensvaart, wijd 0.56, voorzien van eene drijdeur, Op de Kerkvaart, genaamd het Verlaat, wijd 2.00, voorzien van een paar puntdeuren en eene schuif], benevens nog een aantal kleine houten duikers in de kade langs het oude Maasje.
• Waarop uitwaterende: Door de sluizen zoo als hiervoor bij n. 221 is gezegd [Op Vrouwkensvaart en de Kerkvaart of Waspiksche haven, en vervolgens op het oude Maasje], en door de houten duikers directelijk op het oude Maasje.
• Soort van grond: Kleigronden.
• Bestuur: Vier Poldermeesters, waarvan een (de Burgemeester van Waspik) President is.
• Aanmerkingen: Deze Polder behoort onder Klein Waspik. Langs deszelfs westzijde bevindt zich de Waspiksche vaart of haven, lang 1825 Elllen.
Omtrent de helling des Polders, zie men de aanmerking achter n. 212 hiervoor [Aan de noordzijde van dezen Polder zijn de landen aanmerkelijk hoger dan aan de zuidzijde. Men merke hier in het algemeen aan, dat de Polders langs de zuidzijde van het oude Maasje gelegen, van n. 208 tot n. 225, allen, de een meer de ander minder, van het noorden naar het zuiden afhellend gelegen zijn, zoo dat sommige aan de zijde van het oude Maasje meer dan zestig duimen hooger dan aan de zijde van den winterdijk bevonden worden; hebbende in de Polders n. 206 en 207 [resp. Buitenpolder van Baardwijk en Buitenpolder van Waalwijk] het omgekeerde plaats].
terug naar de kaart anno 1995

terug naar de kaart anno 1843