Logo Brabantse Delta
 

Anno 1843: Statistiek Tableau, Polder nº. 201-203, 208-213

Afwatering van de polders tussen de Vrijhoevensche Vaart, de Waalwijksche Haven en de gemeentegrens van Waalwijk op de Oude Maas
Info Jan van den Noort 010-4366014
Statistiek Tableau nº. 201-203, 208-213

Bronnen:
Grote Historische Atlas van Nederland 1:50.000, deel 4: Zuid-Nederland 1838-1857 (Groningen 1990
A. de Geus en E.C.B. van Rappard, Statistiek Tableau der Polders in Noord-Braband ('s-Hertogenbosch 1843)

201. Binnenpolder van Vrijhoeven-Cappel
in gemeente Vrijhoeven-Cappel (154,3466 bunder met de dijken)
• Zomerpeil: 0,10 • Dijkhoogte: 4,05 • dijklengte: 700 • Tijd van bedijking: Onbekend, doch de winterdijk in 1827 verhoogd en verzwaard
• Middelen van uitwatering: Eene steenen sluis aan het Labbegat, wijd 2.05 hoog 2.75, voorzien van eene drijfdeur.
• Waarop uitwaterende: Op de Labbegatsche vaart en verder op het oude Maasje
• Soort van grond: Ten noorden van de oude Straat, aan de oostzijde des Polders lage landen, ten zuiden van deze straat hooge zandgronden
• Bestuur: Het Gemeentebestuur van Vrijhoeven-Cappel
• Aanmerkingen: Deze Polder, waarin aan de zuidzijde het Dorp Vrijhoeven-Cappel en aan de noordzijde het kasteel Zuidewijn gelegen is, bevindt zich binnen den ringdijk van de Langstraatsche Binnenpolders, en is aan de noordzijde zeer laag en aan de zuidzijde aanmerkelijk hoog.
Het hooge gedeelte van dezen Polder ontlast zich direct op de Hoogevaart, terwijl voor het lage deel daartoe twee houten duikers en een steenen sluisje gebezigd worden, wijd respectievelijk 0.51, 0.25 en 0.93, en gelegen in het aan de oostzijde dier vaart aanwezige voetpad.
De sluis wordt door den Polder, en de dijk door de verschillende dijkgeslaagden onderhouden.
Deze Polder, en de buitendijks in den Polder, ten oosten de Vrijhoevensche vaart of binnen de oude Straat, gelegene Dellen, (zie n. 213 hierna) groot 18 Bunders, 63 Roeden en 3 ellen, maken de geheele Gemeente van Vrijhoeven-Cappel uit, welke alzoo 172 Bunders, 97 Roeden en 74 Ellen groot is.
terug naar de kaart anno 1995

202. Binnenpolder van Sprang
in gemeente Sprang (421,2631 bunder) in Capelle (1,7236 bunder)
• Zomerpeil: 0,30 • Dijkhoogte: 4.10 • dijklengte: Onder Sprang 340, Capelle 110, zamen 450. • Tijd van bedijking: Onbekend, doch de kapitale of winterdijk in 1827 verhoogd en verzwaard.
• Middelen van uitwatering: Eene steenen sluis op Sprangsloot, wijd in den dag 1.75 en hoog 1.60, voorzien van twee vloeddeuren.
• Waarop uitwaterende: Op de Sprangsloot en verder op het Oude Maasje.
• Soort van grond: Ten oosten van de oude Straat zandgrond, en ten westen veelal lage afgeturfde gronden
• Bestuur: Het Gemeentebestuur van Sprang
• Aanmerkingen: Deze Polder, waarin ook het Dorp Sprang gevonden wordt, bevindt zich binnen den ringdijk van de Langstraatsche Binnenpolders, en is in het noordelijk deel zeer laag en in het zuidelijke hoog gelegen. Dezelve ontvangt veel water van de Gemeente Loon-op-Zand, door laagten in den Loonschen dijk, hetwelk echter, tot groot nadeel van dezen Polder, wederregtelijk schijnt plaats te hebben. – De sluis wordt door den Polder, en de dijk door de onderscheidene dijkgeslaagden onderhouden.
Het gedeelte van dezen Polder hetwelk onder de Gemeente Capelle behoort, en Kloppen-Ambacht genaamd wordt, ligt aan den zee- of winterdijk, tegen Sprangsloot.
terug naar de kaart anno 1995

203. Binnenpolder van Besoijen
in gemeente Besoijen (234,6192 bunder)
• Zomerpeil: 0,10 • Dijkhoogte: 4,10 4,20 • dijklengte: 1974 • Tijd van bedijking: Onbekend, doch de kapitale of winterdijk in 1827 verhoogd en verzwaard
• Middelen van uitwatering: Twee steenen sluisjes in den dijk tusschen Sprangsloot en Besoijen, het benedenste wijd 1.10 hoog 1.00 en voorzien van eene drijfdeur, en het bovenste wijd 1.00 hoog 1.05 en voorzien van twee buiten- en een binnendrijfdeur.
• Waarop uitwaterende: Op het oude Maasje
• Soort van grond: Zandgrond
• Bestuur: Het Gemeentebestuur van Besoijen
• Aanmerkingen: Deze Polder, waarin ook het Dorp Besoijen gelegen is, bevindt zich binnen den ringdijk van de Langstraatsche Binnenpolders, en is aan de zuidzijde aanmerkelijk hooger dan aan de noordzijde.
De dijk wordt door verschillende dijkgeslaagden onderhouden; – de schotbare grootte wordt naar het kadaster berekend. De lasten worden gedragen door de eigenaren der landen en der gebouwde eigendommen.
terug naar de kaart anno 1995

208. Buitenpolder van Besoijen
in gemeente Besoijen (529,3365 bunder met de kaden) in Waalwijk (12,8835 bunder met de kaden)
• Zomerpeil: 0,20 • Dijkhoogte: 1,90 langs de Sprangsloot • dijklengte: Langs het oude Maasje 2140, langs Sprangsloot 2180, langs de Waalwijksche haven 2500, zamen 6820 • Tijd van bedijking: Onbekend
• Middelen van uitwatering: Twee steenen sluizen en een houten duiker:
1. Eene steenen sluis nabij het Drongelsche veer, wijd 0.80 hoog 1.25, voorzien van eene vloed- en ebdeur.
2. Eene dito niet overwelfde sluis, genaamd het Verlaat, aan het uiteinde van Sprangsloot, wijd 2.95 hoog 2.10, voorzien van een paar puntdeuren en sponningen voor eene schuif aan de binnenzijde,
en 3. Een houten duiker aan de oostzijde van Sprangsloot, wijd 0.45, voorzien van eene klep.
• Waarop uitwaterende: Door de sluis n. 1 directelijk op het oude Maasje, door de sluis n. 2 eerst op de Gantel en vervolgens op het oude Maasje, en door den houten duiker eerst op Sprangsloot en vervolgens op het oude Maasje.
• Soort van grond: Kleigronden, bestaande in wei- en hooilanden
• Bestuur: Een President, vier Poldermeesters en een secretaris, tevens penningmeester
• Aanmerkingen: De schotbare grootte van dezen Polder wordt thans naar de meting van het kadaster berekend.
De kade langs de westzijde der Waalwijksche haven wordt door den Buitenpolder van Waalwijk onderhouden. Het steenen sluisje sub n. 1, strekkende voornamelijk tot uitwatering van de landen onder Waalwijk, ten westen van de haven en van de percelen onder Besoijen, ten oosten van den Veerweg van Drongelen, wordt door den Buitenpolder van Waalwijk, door den Buitenpolder van Besoijen en door den eigenaar van het Drongelsche veer of den Heer van Drongelen, elk voor een derde onderhouden; doch het onderhoud der sluis sub n. 2 en van den houten duiker sub n. 3, is ten laste van den Buitenpolder van Besoijen. Het Drongelsche veer, behoorende aan den Heer van Drongelen, vindt men aan den noordoosthoek des Polders. Aan de noordzijde ligt deze Polder over het algemeen hooger dan aan de zuidzijde.
terug naar de kaart anno 1995

209. De Eilanden of Elanden
in gemeente Drongelen (23,087 bunder met de kaden)
• Zomerpeil: 0,25 • Dijkhoogte: 1,85 2,00 • dijklengte: 2100 • Tijd van bedijking: Onbekend
• Middelen van uitwatering: Vier houten duikers, alle voorzien van eene klep en wijjd 0.35
• Waarop uitwaterende: Op het oude Maasje.
• Soort van grond: Kleigronden, wei- en hooilanden
• Bestuur: De Eigenaar
• Aanmerkingen: Deze buitenpolder, gelijk ook het pontveer aan de oostzijde over het oude Maasje, en de weg van daar tot Besoijen, behooren aan den Heer van Drongelen.
terug naar de kaart anno 1995

210. De Waarden
in gemeente Capelle (84,5478 bunder met de kaden)
• Zomerpeil: 0,40 • Dijkhoogte: 1,75 1,85 • dijklengte: Langs het oude Maasje 1800, langs de Gantel 1400, zamen 3200 • Tijd van bedijking: Onbekend
• Middelen van uitwatering: Vier houten duikers in de kade aan de zuidzijde van dezen Polder, tegen de Gantel, waarvan drie de wijdte hebben van 0.40 en een van 0.30, alle voorzien van eene klep aan de buitenzijde.
• Waarop uitwaterende: Op de Gantel en verder op het oude Maasje.
• Soort van grond: Kleigronden, wei- en hooilanden
• Bestuur: Het Polderbestuur van Zuidewijn-Cappel, bestaande uit een President, vier Poldermeersters en een Secretaris
• Aanmerkingen: Deze Polder ligt onder Zuidewijn-Cappel.
Behalve de nevensgemelde duikers, zijn in de kaden langs het oude Maasje, aan de noordzijde des Polders, nog twee houten duikers gelegen, wijd 0.35 en 0.25 respectievelijk, en elk voorzien met eene klep aan de buitenzijde; – dezelven dienen echter alleen tot inzetting van versch water.
Ten westen van dezen Polder bevindt zich nog een afzonderlijk ingekaad poldertje, genaamd de Pekelharing, groot slechts 3 Bunders, 39 Roeden, 40 Ellen.
terug naar de kaart anno 1995

211. De Slobben
in gemeente Capelle (5,9832 bunder met de kaden)
• Zomerpeil: 0,35 • Dijkhoogte: 1,75 1,85 • dijklengte: 805 • Tijd van bedijking: Onbekend
• Middelen van uitwatering: Een houten duiker aan den zuidoosthoek in de kade tegen de Vrijhoevensche vaart of het Labbegat, wijd 0.25 en voorzien van eene klep.
• Waarop uitwaterende: Op de Vrijhoevensche vaart of het Labbegat, en vervolgens op de rivier het oude Maasje
• Soort van grond: Kleigronden
• Bestuur: Het Polderbestuur van Zuidewijn-Cappel, bestaande uit een President, vier Poldermeersters en een Secretaris.
• Aanmerkingen: Deze Polder ligt mede onder Zuidewij-Cappel.
Zie omtrent de helling des Polders de aanmerkingen achter n, 212 [Aan de noordzijde van dezen Polder zijn de landen aanmerkelijk hoger dan aan de zuidzijde. Men merke hier in het algemeen aan, dat de Polders langs de zuidzijde van het oude Maasje gelegen, van n. 208 tot n. 225, allen, de een meer de ander minder, van het noorden naar het zuiden afhellend gelegen zijn, zoo dat sommige aan de zijde van het oude Maasje meer dan zestig duimen hooger dan aan de zijde van den winterdijk bevonden worden; hebbende in de Polders n. 206 en 207 [resp. Buitenpolder van Baardwijk en Buitenpolder van Waalwijk] het omgekeerde plaats.]

terug naar de kaart anno 1995

212. De groote oude Straat
in gemeente Capelle (122,601 bunder met de kaden)
• Zomerpeil: 0,20 • Dijkhoogte: 1,75 1,85 • dijklengte: Langs Sprangsloot 1250, langs de Gantel 1150, langs de Vrijhoevensche vaart 735, zamen 3465 • Tijd van bedijking: Onbekend
• Middelen van uitwatering: Vier houten duikers in de kaden tegen de Gantel, aan de noordzijde des Polders, wijd 0.25 tot 0.30 ieder van eene klep aan de buitenzijde voorzien.
• Waarop uitwaterende: Op de Gantel, en verder op het oude Maasje
• Soort van grond: Kleigrond
• Bestuur: Het Polderbestuur van Zuidewijn-Cappel, bestaande uit een President, vier Poldermeersters en een Secretaris
• Aanmerkingen: Dze Polder ligt mede onder Zuidewijn-Cappel.
Aan de noordzijde van dezen Polder zijn de landen aanmerkelijk hoger dan aan de zuidzijde.
Men merke hier in het algemeen aan, dat de Polders langs de zuidzijde van het oude Maasje gelegen, van n. 208 tot n. 225, allen, de een meer de ander minder, van het noorden naar het zuiden afhellend gelegen zijn, zoo dat sommige aan de zijde van het oude Maasje meer dan zestig duimen hooger dan aan de zijde van den winterdijk bevonden worden; hebbende in de Polders n. 206 en 207 [resp. Buitenpolder van Baardwijk en Buitenpolder van Waalwijk] het omgekeerde plaats.
terug naar de kaart anno 1995

213. Polder ten oosten de Vrijhoevensche vaart of binnen de oude Straat
in gemeente Capelle (92,1011 bunder met de kaden) in Vrijhoeven-Cappel (18,6308 bunder met de kaden)
• Zomerpeil: 0,05 • Dijkhoogte: 1,75 1,85 • dijklengte: Onder Capelle, langs de Vrijhoevensche vaart 750, langs Sprangsloot 900, zamen 1650 onder Vrijhoeven-Cappel 385, in het geheel 2035 • Tijd van bedijking: Onbekend
• Middelen van uitwatering: Drie houten duikers, als: twee in de kaden langs de Vrijhoevensche vaart of het Labbegat, wijd 0.50 en 0.80 respectievelijk, ieder voorzien met eene klep, de derde langs Sprangsloot, wijd 0.30, mede voorzien van eene klep.
• Waarop uitwaterende: Door de twee eerstgemelde duikers op de Vrijhoevensche vaart of het Labbegat en verder op het oude Maasje; en door den derden duiker op Sprangsloot en vervolgens mede op het oude Maasje.
• Soort van grond: Kleigrond, aan de zuidzijde met veen bezet.
• Bestuur: Voor Capelle hetzelfde bestuur als bij n. 210 hiervoor is gemeld [Het Polderbestuur van Zuidewijn-Cappel, bestaande uit een President, vier Poldermeersters en een secretaris], en voor het gedeelte onder Vrijhoeven-Cappel het Gemeentebestuur van Vrijhoeven-Cappel
• Aanmerkingen: Deze Polder is mede gelegen onder Zuidewijn-Cappel. –Tot denzelven behooren ook de Dellen onder de Gemeente van Vrijhoeven-Cappel gelegen en welke met een gedeelte van den Polder, door den eerstgenoemden duiker, wijd 0.50, uitwateren.
Omtrent de helling des Polders, zie men de aanmerking achter n. 212 hiervoor [Aan de noordzijde van dezen Polder zijn de landen aanmerkelijk hoger dan aan de zuidzijde. Men merke hier in het algemeen aan, dat de Polders langs de zuidzijde van het oude Maasje gelegen, van n. 208 tot n. 225, allen, de een meer de ander minder, van het noorden naar het zuiden afhellend gelegen zijn, zoo dat sommige aan de zijde van het oude Maasje meer dan zestig duimen hooger dan aan de zijde van den winterdijk bevonden worden; hebbende in de Polders n. 206 en 207 [resp. Buitenpolder van Baardwijk en Buitenpolder van Waalwijk] het omgekeerde plaats].
terug naar de kaart anno 1995

terug naar de kaart anno 1843